/ about

“Voorwoord”
– Stijn Huijts, februari 2018

Where do the characters go when the story ends? is both a book and a film trilogy. It comprises Beumer’s recent films ‘Open for new challenges’, ‘Was het maar zo makkelijk’ (If only it were that easy) and ‘We have to think of something else’ (part One and Two). The book chronicles each film frame by frame, interspersing images with texts by Eleanor Duffin, Brenda Tempelaar, Céline Mathieu, Ingrid Verhoeven, Dennis Van Mol, Els, Lise Lotte ten Voorde, Puck Vonk, Stijn Huijts and an accompanying ‘director’s commentary’ dialogue between Beumer and Publication Studio’s Yin Yin Wong, which documents the development of the book itself.

In the spirit of Beumer’s practice, this project is a process of accumulation. Within the films, scripts are build up by being repeatedly enacted, continuously altered and constantly renegotiated. Tools of communication — translation, indication, instruction, and explanation — become stage directions and create entry points for improvisation, weaving reality throughout the scripts that somehow, perhaps through the act of framing itself as art, becomes a fiction of its own. And just as the film becomes an exhibition becomes a book, the status of the participants shifts along with the work too — elements fold onto each other as people unexpectedly find themselves at once an incidental bystander and a star of the film, somehow signing their autographs at its book launch.
– Publication Studio Rotterdam

“Epiloog”
– Schaduwspel: Puck Vonk, februari 2018


2017: supported by

logo-downloads-nl-web-groen

ujazdowski

Karina Beumer tworzy filmy, w których kumulują się powołane przez nią do życia sytuacje i interwencje. Filmy mają postać strumienia świadomości,dochodzi w nich do nieustannej wymiany ról: obraz zaczyna mówić a publiczność zostaje powołana do roli głównego tematu wydarzenia.Beumer nazywa te sytuacje formą współdziałania, narzuconego poprzez występy na żywo, występy i performanse, których nie jesteśmy nawet świadomi. Kluczowe są w nich uczucia. Rdzeniem filmów zawsze jest rozmowa między ludźmi lub między przedmiotami.

Jak nadać dialogowi kształt? Co oznacza powtórzenie improwizacji? Praktyka Beumer jest zaludniona przez różne osoby, a każda z nich może stać się aktorem i wspólnikiem w poszukiwaniu znaczenia trywialnych spraw życia codziennego.

Ostatnią ukończoną pracą Beumer jest trylogia filmowa pt. Where Do the Characters Go When the Story Ends? (Gdzie podziewają się bohaterowie,kiedy kończy się historia?)
– Centre for Contemporary art, U-jazdowski, Warsaw PL, March 2017

“Om het kunstwerk meer functie te geven, geeft ze in de film een schilderij de hoofdrol en het vermogen tot spreken. Dat omkeren doet ze met alle spelers van de film: toeschouwer krijgt hoofdrol en hoofdrol wordt rekwisiet. Ze maakt de kunstbeschouwer onderdeel van het werk door haar publiek in beeld te brengen.”
– Julia Steenhuisen: Studio Visit #10, Metropolis M, Oktober 2016

“Karina’s werk leest als een sputterende dialoog. Ze registreert, ordent, herschikt, … herschikt nog eens … en pakt uit met een desoriënterend maar fris, licht en humoristisch eindresultaat. Ergens in dat proces wordt de singuliere status van tekening, schilderij of video onttroond. De veelvoudige werkelijkheid wordt onttoverd doordat de gebruikte media zo in scene worden gezet dat ze als het ware tegen wil en dank met elkaar beginnen dialogeren. Op basis van haar mensenkennis en scherpe observaties ontregelt Karina de logica van fragmentarische omgangsvormen in een al even hortende beeldtaal. Zoals Van Ostaijen meer betekenis genereert door in het zinnetje “Wie is jij” een loopje te nemen met de grammatica, zo legt Karina iets van een menselijk tekort bloot door het onhandige, het onaangepaste uit te vergroten en de communicatie op speelse wijze te deconstrueren
– Dennis Van Mol, Wie is jij?, Juni 2016

“In an upfront, humorous and at times seemingly naïve manner Karina Beumer confronts people around her with existential questions. By documenting their honest replies and uncomfortable responses, each one of them becomes actor and accomplice in her search for meaning in the trivial matters of everyday life.”
– Simon Kentgens, June 2016

drawing: Simon Kentgens | book: Samuel Beckett, Watt , Olympia Press, Paris, 1953 (2009, Faber and Faber, p. 39))

“We zouden deze Nederlandse kunstspruit toch enig Belgisch surrealisme kunnen toedichten.”
– Hilde Van Canneyt, Juni 2016

“Karina Beumer konfrontiert die Menschen in ihrem Umfeld auf humorvolle, freimütige, teils scheinbar naive Weise, mit existenziellen Fragen. Sie dokumentiert deren ehrlichen und unbehaglichen Antworten. So wird jeder und jede von ihnen zu Schauspielern und zugleich Komplizen bei Beumers Suche nach der Bedeutung der Banalitäten des täglichen Lebens. „Wenn es nur so einfach wäre“ ist eine romantische Komödie – ohne Happy End.”
– Nina Hebting, June 2016

“An uncomfortable grouping together of objects, color fields and textures.”
– Brenda Tempelaar, June 2015

“Schaduwspel.”
– Puck Vonk, April 2015

___________________

To whom it may concern

___________________

Karina Beumer’s (°1988)  werk ontstaat vanuit het plezier van het kijken en alledaagse verwonderingen. Ze maakt schilderijen, grote tekeningen, ruimtelijke vormen en exploreert hoe langer hoe meer de mogelijkheden van performance als een participatief gegeven. Ze gelooft dat haar generatie de condities kan creëren waarin hele bijzondere dingen kunnen gebeuren wanneer diverse integere artistieke praktijken elkaar ontmoeten.
– BAMART, 2014

 

“The artist as a performer. De presentatie van het werk is het werk. Het afgebakende gebied wordt met de buitenwereld verbonden door een witte en een oranje stroomkabel die aan weerszijde energie uit de muur trekken. De opgedane energie wordt vervolgens omgezet naar één video, wat één van de twee kabels praktisch gezien overbodig maakt. Echter, het is onmogelijk te zeggen welke kabel het minst bijdraagt aan het uiteindelijke overzichtswerk.

De installatie is gebaseerd op fragmenten in Istanbul, Zürich, en Antwerpen. Een opengeslagen schetsboekje navigeert de toeschouwer langs deze plekken en toont dagelijkse taferelen waarin de kunstenaar zelf regelmatig wordt geportretteerd. De vervaardiging van het zelfportret is voor Karina Beumer een manier om zichzelf aanwezig te maken. Een plek in de wereld, maar ook in het schilderij of de tekening. Deze plaatsen waar men zich kan bevinden zijn voor Beumer inwisselbaar. Zij portretteert zichzelf in de weerspiegeling, niet van wat er is, maar wat zij zou willen zien. De toeschouwer wordt herhaaldelijk geconfronteerd met het onuitputtelijke, het energieke dat de kunstenaar kenschetst. We kijken met haar mee, naar een moment waarop zij een presentatie geeft. De onhandigheid waarmee de mens spreekt is in het portret gevangen, een soort goed uitgekiende zelfspot die kritiek op het werk in zichzelf vangt.”
– Brenda Tempelaar, 2013

 

“Het werk van Karina Beumer is een weerspiegeling van haar energieke gedachtewereld. Haar eigen realiteit krijgt de kleur van vrolijkheid die de toeschouwer zou kunnen zien als humor. Alles wat gemaakt wordt dient tot kunstwerk. De grens tussen leven en kunst is verdwenen. Het leven wordt esthetisch (applaus Schopenhauer). Karina wil dat haar werk secondes voor het beschouwen opgedroogd is. Het ‘kunstenaars-zijn’ wordt beschreven door letterlijk vragen op het werk te zetten. Deze vragen zijn, hoe simpel ze mogen klinken en logisch ze ook lijken, van belang voor iedere schilder. Deze vragen bevinden zich ook beeldend in het werk. De schilderijen en tekeningen hoeven niet hun best te doen de toeschouwer in zichzelf op te slurpen. De toeschouwer blijft op zijn plek. Hij kijkt naar een verzameling bergen van verschillend formaat. De bergen hebben alleen vorm en kleur. De diepte is een vanzelfsprekendheid en is daarom niet aanwezig. (…) De mensen om Karina heen maken het leven en daarmee haar werk. Leve de kunst! Kunst de leve! Kunst=Leven=mooi!”
– Timo van Grinsven, maart 2013